Terug naar de inhoudsopgave
De psychologie van het leren van woorden
Een heel goed boek over het onderwerp "leren" is het gelijknamige werk van Gerhard Steiner. Steiner, professor voor psychologie aan de universiteit Basel, licht in zijn boek 20 leer-scenario's uit het alledaagse leven toe, onder ander ook het van buiten-leren van woorden in hoofdstuk 14. In de volgende twee paragrafen worden de hoofdgedachten daaruit weergegeven.
Heel veel bruikbare und begrijpelijke informatie op het gebied van de psychologie en de pedagogiek zijn op de prachtige homepage
stangl-taller.at∞ te vinden.
De zeven regels van het leren van woorden
De doelstelling bij het leren van woorden uit een vreemde taal is een dreevoudige:
- Er moet zo efficient mogelijk geleerd worden. Daaruit volgt dat het leren bij de moeilijkheidsgraad moet passen die inherent is aan het woordenmateriaal.
- Er moet geleerd worden met het doel, de woorden op lange termijn te onthouden.
- Het woordenmateriaal moet passend bij zijn gebruik verwerkt en ter beschikking gesteld worden. Elke leerling ervaart daarbij verschillen afhankelijk van zijn voorkennis en zijn leergewoontes en hij moet zijn leren daaraan aanpassen. Dit is op adaptatie berustend leren, in hoge mate zelfgereguleerd en zelfgecontroleerd leren.
De belangrijkste regels van het leren van woorden zijn:
- Zelfdiscipline
De leerling moet eerst het antwoord geven en mag dan pas kijken of het juist is.
Anders gaat het ook helemaal niet in Teachmaster -- je kunt je alleen maar door een klick op de reddingsboei de eerste letters van de woorden van het antwoord laten tonen.
- Zelfversterking
Bij de juiste vertaling moet men zich zelf loven: "Goed!" of "prima!", bij foute antwoorden herhaalt men de foute antwoorden en gaat dan zonder enige kritiek aan de eigen onkennis verder naar het volgende woord.
Dit wordt in in Teachmaster door de klanken in het leerprogramma gewaarborgt die in de voorinstellingen kunnen worden ingesteld.
- Spontane semantische elaboratie
Het leren gebeurt niet door het eenvoudige plaatsen van de woorden, maar gaat idealiter gepaard met een spontane semantische elaboratie. Je verzint bij het woord een ezelsbrug, synoniemen, antoniemen of erop lijkende of zinverwante woorden.
- Selektiviteit
Na enkele leerrondes gaat men doelgericht moeilijke woorden leren.
In Teachmaster zijn dit de woorden in de bakken 4 en 5.
- Sequentiëring
Door het leren in de volgorde waarin de woorden werden ingegeven, gaan er associaties tussen opeenvolgende woorden ontstaan. Maar dit is voor het gebruik van de woorden niet wenselijk of noodzakelijk.Om de volgorde willekeurig te mengen kiest men in het leerprogramma de optie "volgorde van de woorden vermengen" (F12).
- Symmetrie
Als men een vreemde taal wil gebruiken, moet men in staat zijn tot produceren van de vreemde taal als ook tot recipiëren ervan, dus allebeide richtingen van het opvragen.
De richting kan men in het leerprogramme met de eerste twee opties kiezen.
- Zelfcontrole door strikt training bij het overhoren
Het onderzoek van Bjork toont aan, dat een strikte training dat in steeds grotere afstanden herhaalt wordt een positief effect op het behouden van de woorden heeft. Het is dus belangrijk, dat het overhoren strikt en in tijdelijk systematisch uitgebreide manier gebeurt.
Bij de klassieke leermethode in Teachmaster worden datum en tijd opgeslagen, zo dat men naderhand kan vaststellen wanneer men de woorden het laatst geleerd heeft. De afstand tussen twee leerrondes mag niet te groot worden, want anders vergeet men wat men al geleerd heeft.
Ezelsbruggen en sleutelwoordmethode
Psychologen spreken ervan dat bij het leren van woorden de twee woorden van een woordenpaar "twee verschillende etiketten van een en hetzelfe semantische net" zijn. Een methode om moeilijke woorden te onhouden zijn daaarom ezelsbruggen. Men vindt dit ook terug als
sleutelwoordmethode.
Een voorbeeld is het Franse woord
une ampoule, in het Nederlands
gloeilamp. Het woord doet meteen denken an het Nederlandse woord
ampul. Daarom hebben wij hier een akoestische brug gebouwd. Om dit effect te versterken stellen wij ons een schilderij voor, waarop voor een gloeilamp een vles (of een ampul) staat. Door in onze voorstelling de gloeilamp met de ampul te verbinden onstaat er uit de twee informatie's /één
nieuw element, één
nieuwe betekenis-eenheid, die niet meer plaats in het geheugen nodig heeft dan enkel het woord "gloeilamp". (Kognitieve leerpsychologen noemen deze paarassociatie elaboratie
, en dat is niets anders dan een ezelsbrug.)
Als men nu het woord gloeilamp
hoort moet men meteen aan een ampul denken. En dit weer doet aan het woord ampoule
denken, zo dat het woordenpaar gloeilamp - ampoule
vast en zeker in het geheugen zit!
Ook kleine verhalen kunnen een ezelsbrug zijn. Hier een paar voorbeelden uit het Engels:
-
Haardscherm - grate
In het haardscherm zit een graat.
Werklozenzorg - dole
Het arbeidsbureau lijkt op een doolhof.
Opkoper - broker
De opkoper op de markt verkoopt alleen maar gebroken dingen.
Gal - bile
Bij een woedende man komt de gal boven en hij stort zich op me met een bijl.
Bij woorden die in Teachmaster in bak 5 blijven terecht komen zou men kunnen proberen ezelsbruggen te vinden. Natuurlijk moet men de ezelsbruggen van buiten leren en mag ze niet opschrijven in het vak "opmerkingen"!
Terug naar de inhoudsopgave
There are no comments on this page. [Add comment]